Home

Foto & video 297 bekeken laatste update:22 aug 2017

25e Feldtag in Nordhorn

Treckerclub Nordhorn organiseerde het tweede weekend van augustus voor de 25e keer de Feldtag. Zo’n 31.500 bezoekers kwamen ook dit jaar ogen tekort om alles te zien.

Nordhorn onderscheidt zich niet alleen door de hoeveelheid trekkers en machines van andere evenementen, maar ook door de diverse demo’s en het vooroorlogse, zeer zeldzame materiaal. Ieder jaar is er weer wat aparts te beleven. Op de regenachtige zaterdag waren laarzen onmisbaar, al bleef het terrein redelijk toegankelijk. Op vrijdag en zondag konden de meeste velddemonstraties doorgaan.

Foto

  • Foto's: Martin Smits

    Foto's: Martin Smits

  • Een van de hoogtepunten dit jaar is de demonstratie van de Lanz Landbau-Motor uit 1917. Het enige exemplaar dat nog bekend is, en jarenlang nog op het fabrieksterrein van Lanz (daarna John Deere) in Mannheim bewaard gebleven, al was het in erbarmelijke staat. De afgelopen twee jaar is hij gerestaureerd en weer tot leven gebracht. Deels door de Nederlandse motorenspecialist Richard Gussinklo en enkele mensen om hem heen, deels in de werkplaats bij landbouwwerktuigenfabrikant Bernard Krone. De Landbau-Motor is gebaseerd op het ontwerp van de Hongaarse constructeur Karl Köszegi. Die bouwde in 1907 de eerste exemplaren van een zelfrijdende freesmachine. In 1911 nam Heinrich Lanz, bekend van de latere Lanz Bulldog-trekkers, de patenten over; om daarna het concept verder te ontwikkelen.

    Een van de hoogtepunten dit jaar is de demonstratie van de Lanz Landbau-Motor uit 1917. Het enige exemplaar dat nog bekend is, en jarenlang nog op het fabrieksterrein van Lanz (daarna John Deere) in Mannheim bewaard gebleven, al was het in erbarmelijke staat. De afgelopen twee jaar is hij gerestaureerd en weer tot leven gebracht. Deels door de Nederlandse motorenspecialist Richard Gussinklo en enkele mensen om hem heen, deels in de werkplaats bij landbouwwerktuigenfabrikant Bernard Krone. De Landbau-Motor is gebaseerd op het ontwerp van de Hongaarse constructeur Karl Köszegi. Die bouwde in 1907 de eerste exemplaren van een zelfrijdende freesmachine. In 1911 nam Heinrich Lanz, bekend van de latere Lanz Bulldog-trekkers, de patenten over; om daarna het concept verder te ontwikkelen.

  • De Landbau-Motor kreeg in 1914 zijn meer definitieve vorm. Uitgerust met een 80 pk viercilinder Lanz-benzinemotor en 2 meter hoge wielen, was de Landbau-Motor al wat meer geconstrueerd als ‘Zugmaschine’. De frees was afkoppelbaar, en op de riemschijf kon de Landbau-Motor ook een (dors-)machine aandrijven. De Eerste Wereldoorlog begon, en net als andere fabrikanten moest ook Lanz zich toeleggen op oorlogsmateriaal. De landbouwtrekker kwam op het tweede plan, maar gebaseerd op de Landbau-Motor werden in de oorlogsjaren zo’n 300 stuks ‘Zugmaschinen’ (trekmachines) aan het leger geleverd voor het verplaatsen van oorlogsmaterieel. Voor dat doel bouwde Lanz ook een variant met 120 pk motor.

    De Landbau-Motor kreeg in 1914 zijn meer definitieve vorm. Uitgerust met een 80 pk viercilinder Lanz-benzinemotor en 2 meter hoge wielen, was de Landbau-Motor al wat meer geconstrueerd als ‘Zugmaschine’. De frees was afkoppelbaar, en op de riemschijf kon de Landbau-Motor ook een (dors-)machine aandrijven. De Eerste Wereldoorlog begon, en net als andere fabrikanten moest ook Lanz zich toeleggen op oorlogsmateriaal. De landbouwtrekker kwam op het tweede plan, maar gebaseerd op de Landbau-Motor werden in de oorlogsjaren zo’n 300 stuks ‘Zugmaschinen’ (trekmachines) aan het leger geleverd voor het verplaatsen van oorlogsmaterieel. Voor dat doel bouwde Lanz ook een variant met 120 pk motor.

  • Zeg je Lanz, dan zeg je Bulldog. Hoewel een Bulldog voor trekkerliefhebbers een meer dan bekend fenomeen is, ziet het iedere keer weer zwart van het volk wanneer een Bulldog start of wanneer er een aan het werk is. Na de Tweede Wereldoorlog is de Bulldog ook in andere landen gebouwd, al of niet in licentie. Het rode exemplaar is een Ursus uit Polen. Op kleinigheden na identiek aan de legendarisch Kühler-Bulldogs met 10 liter tweetakt gloeikopmotor.

    Zeg je Lanz, dan zeg je Bulldog. Hoewel een Bulldog voor trekkerliefhebbers een meer dan bekend fenomeen is, ziet het iedere keer weer zwart van het volk wanneer een Bulldog start of wanneer er een aan het werk is. Na de Tweede Wereldoorlog is de Bulldog ook in andere landen gebouwd, al of niet in licentie. Het rode exemplaar is een Ursus uit Polen. Op kleinigheden na identiek aan de legendarisch Kühler-Bulldogs met 10 liter tweetakt gloeikopmotor.

  • In 1921 draaiden bij Lanz in Mannheim de eerste prototypen van een 12 pk tweetakt gloeikopmotor. In 1925 volgde de eerste trekker met een 22 pk gloeikop motor. Dit is zo’n Groβ-Bulldog uit de eerste periode. Nog voorzien van verdampingskoeling. In 1928 kwamen de opvolgers met radiateur, die daarom werden aangeduid als Kühler-Bulldog.

    In 1921 draaiden bij Lanz in Mannheim de eerste prototypen van een 12 pk tweetakt gloeikopmotor. In 1925 volgde de eerste trekker met een 22 pk gloeikop motor. Dit is zo’n Groβ-Bulldog uit de eerste periode. Nog voorzien van verdampingskoeling. In 1928 kwamen de opvolgers met radiateur, die daarom werden aangeduid als Kühler-Bulldog.

  • De oudste Deutz-trekker ter wereld. Voor zover bekend het enige van 48 gebouwde exemplaren van de 40 pk Deutz uit 1918. Destijds gemaakt om tijdens de eerste wereldoorlog kanonnen te trekken. Na de oorlog zijn deze trekkers ook voor land- en bosbouw ingezet. Enkele jaren geleden dook dit exemplaar op - helaas nog verre van compleet.

    De oudste Deutz-trekker ter wereld. Voor zover bekend het enige van 48 gebouwde exemplaren van de 40 pk Deutz uit 1918. Destijds gemaakt om tijdens de eerste wereldoorlog kanonnen te trekken. Na de oorlog zijn deze trekkers ook voor land- en bosbouw ingezet. Enkele jaren geleden dook dit exemplaar op - helaas nog verre van compleet.

  • Een van nog drie over gebleven 14 pk sterke Deutzen MTN 222 uit 1927. De oudste Deutz dieseltrekker ter wereld en de derde oudste Deutz-trekker nog bekend. Dreef destijds vooral dorsmachines aan, en is meer op te vatten als een zelfrijdende stationaire motor. Net als bijvoorbeeld de Lanz-kettingbulldog van toen.

    Een van nog drie over gebleven 14 pk sterke Deutzen MTN 222 uit 1927. De oudste Deutz dieseltrekker ter wereld en de derde oudste Deutz-trekker nog bekend. Dreef destijds vooral dorsmachines aan, en is meer op te vatten als een zelfrijdende stationaire motor. Net als bijvoorbeeld de Lanz-kettingbulldog van toen.

  • De John Deere type 36 getrokken maaidorser uit 1940. Deze Amerikaanse machine heeft in Algerije gewerkt. In 1962 verhuisd naar Frankrijk en in 1971 naar de John Deere-fabriek in Mannheim. Sinds 2010 staat hij in het Landtechnik Museum in Braunschweig; in 2012-2014 is hij bij Krone in Spelle gerestaureerd. 5 meter werkbreedte, aangedreven door een zescilinder motor. Feitelijk geen John Deere-product, maar een groen gespoten versie van de Holt 36 uit 1926, vanaf 1930 op de markt gebracht als Caterpillar 36, en door een samenwerkingsovereenkomst tussen Deer en Caterpillar vanaf 1936 als John Deere 36. Dit type maaidorser (hillside) is vooral ontworpen voor de heuvels in Californië en het grensgebied van Washington en Idaho. Hij bleef nog tot 1953 in productie, en dat is langer dan iedere andere combine. Dit is exemplaar wordt door een trekker getrokken, de eerste exemplaren waren vooral bedoeld voor tractie door zo’n 20 muilezels. Geen paarden, die konden het in de hitte van het westen van Amerika niet volhouden voor de maaidorser.

    De John Deere type 36 getrokken maaidorser uit 1940. Deze Amerikaanse machine heeft in Algerije gewerkt. In 1962 verhuisd naar Frankrijk en in 1971 naar de John Deere-fabriek in Mannheim. Sinds 2010 staat hij in het Landtechnik Museum in Braunschweig; in 2012-2014 is hij bij Krone in Spelle gerestaureerd. 5 meter werkbreedte, aangedreven door een zescilinder motor. Feitelijk geen John Deere-product, maar een groen gespoten versie van de Holt 36 uit 1926, vanaf 1930 op de markt gebracht als Caterpillar 36, en door een samenwerkingsovereenkomst tussen Deer en Caterpillar vanaf 1936 als John Deere 36. Dit type maaidorser (hillside) is vooral ontworpen voor de heuvels in Californië en het grensgebied van Washington en Idaho. Hij bleef nog tot 1953 in productie, en dat is langer dan iedere andere combine. Dit is exemplaar wordt door een trekker getrokken, de eerste exemplaren waren vooral bedoeld voor tractie door zo’n 20 muilezels. Geen paarden, die konden het in de hitte van het westen van Amerika niet volhouden voor de maaidorser.

  • Ook John Deere, maar van recentere datum, is deze kipwagen. Nog maar recent aangeschaft door de Duitse John Deere-liefhebber Werner Thüning. Hoewel John Deere altijd al fulliner was, was het in de jaren zestig vooral in Frankrijk ook aanbieder van een groot assortiment aan werktuigen. Deels van eigen fabricaat, maar ook wel ingekocht bij Franse fabrikanten. ‘Made for John Deere by Usines Mariage Georges St Quentin (Aisne)’ staat er op het nog originele typeplaatje, dat 1961 als bouwjaar aangeeft. Nog goed functionerend en - gerekend naar de leeftijd - nog in goede conditie.

    Ook John Deere, maar van recentere datum, is deze kipwagen. Nog maar recent aangeschaft door de Duitse John Deere-liefhebber Werner Thüning. Hoewel John Deere altijd al fulliner was, was het in de jaren zestig vooral in Frankrijk ook aanbieder van een groot assortiment aan werktuigen. Deels van eigen fabricaat, maar ook wel ingekocht bij Franse fabrikanten. ‘Made for John Deere by Usines Mariage Georges St Quentin (Aisne)’ staat er op het nog originele typeplaatje, dat 1961 als bouwjaar aangeeft. Nog goed functionerend en - gerekend naar de leeftijd - nog in goede conditie.

  • Niet alleen John Deere liet werktuigen in de eigen kleuren fabriceren bij andere fabrikanten. Fendt leverde onder andere ploegen van Eberhardt. De werktuigengeschiedenis van Fendt komt vooral voort uit de tijd van de werktuigendrager. Daar hoorde een arsenaal aan werktuigen bij, vaak specifiek voor de werktuigendrager aangepast.

    Niet alleen John Deere liet werktuigen in de eigen kleuren fabriceren bij andere fabrikanten. Fendt leverde onder andere ploegen van Eberhardt. De werktuigengeschiedenis van Fendt komt vooral voort uit de tijd van de werktuigendrager. Daar hoorde een arsenaal aan werktuigen bij, vaak specifiek voor de werktuigendrager aangepast.

  • Ook éénschaarploegen van Fendt (Eberhardt). Opvallend is de mogelijkheid om de ploeglichamen opzij te schuiven om de treklijn goed te krijgen. En voor een éénschaar ook wel apart is het hydraulisch kantelen.

    Ook éénschaarploegen van Fendt (Eberhardt). Opvallend is de mogelijkheid om de ploeglichamen opzij te schuiven om de treklijn goed te krijgen. En voor een éénschaar ook wel apart is het hydraulisch kantelen.

  • Een beetje in het verlengde van het ‘Einmann-systeem’ introduceerde Fendt ook de Agromobiel-zelfrijdende opraapwagen. Met vierwielaandrijving vooral bedoeld voor heuvelachtig terrein. Was in productie tussen 1972 en 1982, met in totaal 112 stuks geproduceerd.

    Een beetje in het verlengde van het ‘Einmann-systeem’ introduceerde Fendt ook de Agromobiel-zelfrijdende opraapwagen. Met vierwielaandrijving vooral bedoeld voor heuvelachtig terrein. Was in productie tussen 1972 en 1982, met in totaal 112 stuks geproduceerd.

  • Minder bekend (maar ook Fendt) zijn de trekkers van Zugmaschinenfabrik Theodor Fendt, eveneens uit Markt Oberdorf. De Mammut, zoals die zijn trekker noemde, was leverbaar met 14 of 22 pk motor. Tussen 1934 en 1936 zijn er daar 30 van verkocht. In 1939 moest de fabriek het opgeven wegens materiaaltekort door de oorlogsproductie van het Derde Rijk. Dit exemplaar is van 1938, eigendom van de Luxemburgse loonwerker en Fendt-verzamelaar Reiff.

    Minder bekend (maar ook Fendt) zijn de trekkers van Zugmaschinenfabrik Theodor Fendt, eveneens uit Markt Oberdorf. De Mammut, zoals die zijn trekker noemde, was leverbaar met 14 of 22 pk motor. Tussen 1934 en 1936 zijn er daar 30 van verkocht. In 1939 moest de fabriek het opgeven wegens materiaaltekort door de oorlogsproductie van het Derde Rijk. Dit exemplaar is van 1938, eigendom van de Luxemburgse loonwerker en Fendt-verzamelaar Reiff.

  • Recente aanwinst van het Farmall-museum in Creil is de International 201-zwadmaaier. Voor zover bekend de enige in ons land, maar hij heeft wel altijd in Nederland gewerkt. De meeste uren maakte machine in de jaren zeventig bij het vroegere loonbedrijf Gebroeders Weststrate in Krabbendijke. Aan de stuurknuppels van de in Canada gemaakte machine zit Richard Gussinklo.

    Recente aanwinst van het Farmall-museum in Creil is de International 201-zwadmaaier. Voor zover bekend de enige in ons land, maar hij heeft wel altijd in Nederland gewerkt. De meeste uren maakte machine in de jaren zeventig bij het vroegere loonbedrijf Gebroeders Weststrate in Krabbendijke. Aan de stuurknuppels van de in Canada gemaakte machine zit Richard Gussinklo.

  • Ook niet alledaags is de International katoenplukker uit 1952, gebaseerd op een Farmall H van Lennert Geerkens uit het Belgische Meeuwen. De Nordhorners zijn tot veel in staat, maar een perceeltje katoen inplanten zit er voorlopig nog niet in.

    Ook niet alledaags is de International katoenplukker uit 1952, gebaseerd op een Farmall H van Lennert Geerkens uit het Belgische Meeuwen. De Nordhorners zijn tot veel in staat, maar een perceeltje katoen inplanten zit er voorlopig nog niet in.

  • Constructeurs van landbouwmachines hebben zich al tientallen jaren het hoofd gebroken over een systeem om een zo universeel mogelijk inzetbare machine te maken. Claas verblijdde de wereld in 1956 met de Huckepack. Een werktuigendrager die als trekker was te gebruiken, en ook als maaidorser. In Nordhorn een demonstratie hoe de maaidorser relatief eenvoudig is op- en af te bouwen. Eigenlijk zonder uitzondering is tot nu toe niemand er in geslaagd om dit soorten concepten met groot succes in de markt te zetten.

    Constructeurs van landbouwmachines hebben zich al tientallen jaren het hoofd gebroken over een systeem om een zo universeel mogelijk inzetbare machine te maken. Claas verblijdde de wereld in 1956 met de Huckepack. Een werktuigendrager die als trekker was te gebruiken, en ook als maaidorser. In Nordhorn een demonstratie hoe de maaidorser relatief eenvoudig is op- en af te bouwen. Eigenlijk zonder uitzondering is tot nu toe niemand er in geslaagd om dit soorten concepten met groot succes in de markt te zetten.

  • De mais staat er dit jaar goed bij, en de oogst is minder weersafhankelijk dan maaidorsen. Vaste prik en ook een publiekstrekker zijn de diverse maishakselaars en bijbehorende voertuigen die in Nordhorn hun kunnen laten zien.
Te veel om op te noemen wat er in Nordhorn allemaal te beleven valt. Na 25 edities neemt de organisatie volgend jaar een pauze. Hopelijk wordt in 2019 de draad weer opgepakt.

    De mais staat er dit jaar goed bij, en de oogst is minder weersafhankelijk dan maaidorsen. Vaste prik en ook een publiekstrekker zijn de diverse maishakselaars en bijbehorende voertuigen die in Nordhorn hun kunnen laten zien. Te veel om op te noemen wat er in Nordhorn allemaal te beleven valt. Na 25 edities neemt de organisatie volgend jaar een pauze. Hopelijk wordt in 2019 de draad weer opgepakt.

Of registreer je om te kunnen reageren.