Home

Achtergrond 1917 bekeken

Loonbedrijf Rijpma bouwt overlaadstation

Een rupsdumper moet schoon en zonder stilstand kunnen overladen in maiskarren langs weg, zo dacht loonwerker Arjen Rijpma. Daarom sleutelde hij met zijn werknemers een heus overlaadstation in elkaar. Daar profiteerde hij dit natte najaar van: Rijpma hakselde met deze uitrusting 150 hectare meer mais dan anders.

“Wij hakselen veel mais onder moeilijke omstandigheden”, zo onderbouwt Arjen Rijpma zijn investering. Het werkgebied van de loonwerker in het Friese Woudsend bestaat veelal uit klei op veen. Het is de kunst om niet door die kleilaag te zakken, en daarom investeerde Arjen eerder al zo’n € 50.000 in een setje rupsen voor een New Holland-hakselaar. Verder huurt hij het hele maisseizoen twee rupsdumpers in. Arjen Rijpma zocht naar een oplossing om die mais vervolgens snel, en vooral schoon over te laden in maiskarren langs de weg. “Een nieuw overlaadstation zou € 70.000 tot € 110.000 gaan kosten. Ook zijn die smaller en dat gaat ten koste van de capaciteit”, stelt Arjen. En dus besloot hij zelf iets te gaan bouwen. Rijpma zegt met deze uitrusting dit natte maisseizoen 150 hectare meer te hakselen dan anders.

Loonbedrijf Rijpma kreeg met zijn zelfbouw overlaadstation dit natte maisseizoen 150 hectare meer te hakselen dan anders. - Foto's: Bob Karsten
Loonbedrijf Rijpma kreeg met zijn zelfbouw overlaadstation dit natte maisseizoen 150 hectare meer te hakselen dan anders. - Foto's: Bob Karsten

Nieuwe bodemketting

Arjen Rijpma schat in dat het overlaadstation totaal ongeveer € 30.000 heeft gekost, inclusief wat sleuteluren. “Zo’n investering is natuurlijk een gok. Als het najaar droog blijft, dan hebben we de machine helemaal niet nodig. Maar als het nu nat is, dan staat-ie klaar,” vertelt de eigenaar van het loonbedrijf.

De basis is een stortbunker van een torensilo. De bak is 2,40 meter breed en er gaat zomaar tien ton mais in. Ofwel: éen volle rupsdumper-bak. Dat was een vereiste, om stilstand te voorkomen.

Wat: Overlaadstation
Materiaal: stortbunker van torensilo, as (nieuw) en twee wielen, slooprijpe opraapwagen, hydrauliekpomp en –reservoir (was al op bedrijf), nieuwe bodemketting inclusief aandrijving, vier nieuwe hydraulische cilinders
Grootste uitdaging: Uitdenken, vooral transportmogelijkheid
Geschatte kosten: € 30.000

Die stortbunker is volgens de loonwerker zeker vijfentwintig jaar oud en kostte € 3.000. Hier en daar laste zij nog wat ijzer aan. Aan de houten schotten is niets veranderd. De sleutelaars zagen tijdens enkele tests, dat de bodemketting – die alleen gras gewend was – niet opgewassen zou zijn tegen de kilo’s mais. En dus kochten zij net voor het maisseizoen aanbrak voor € 10.000 een gloednieuwe bodemketting van een Kaweco-silagewagen.

De stortbunker komt van een torensilo. Deze bak is 2,40 meter breed en twee volle rupsdumpers kunnen er zonder stilstand in lossen. Een smallere, steile bak laadt de mais vervolgens over in een silagewagen. De weg blijft schoon, en de mais ook. Rijpma overweegt om een opvanggoot onder de tweede bodemketting te bouwen, zodat mais wat er tussenuit lekt wordt opgepakt door de bodemketting.
De stortbunker komt van een torensilo. Deze bak is 2,40 meter breed en twee volle rupsdumpers kunnen er zonder stilstand in lossen. Een smallere, steile bak laadt de mais vervolgens over in een silagewagen. De weg blijft schoon, en de mais ook. Rijpma overweegt om een opvanggoot onder de tweede bodemketting te bouwen, zodat mais wat er tussenuit lekt wordt opgepakt door de bodemketting.

Lange slangen

Het overlaadstation lost zeker vier meter hoog. Ook kan deze een afstand tot tweeënhalve meter overbruggen. Doorgaans positioneert Rijpma de machine in de perceelsdam, maar eventueel zou het overlaadstation een klein slootje kunnen overbruggen. Wel moet er ruimte zijn voor een trekker, omdat die het geheel hydraulisch aandrijft. Vanwege lange hydrauliekslangen hoeft de trekker niet exact haaks op de machine te staan.

Nico Zwart werkt dit seizoen met het overlaadstation. In de meeste gevallen heeft hij oogcontact met zijn collega om de wagen strak af te laden, en anders is er nog een mobilofoon.
Nico Zwart werkt dit seizoen met het overlaadstation. In de meeste gevallen heeft hij oogcontact met zijn collega om de wagen strak af te laden, en anders is er nog een mobilofoon.

Sloop

Wie goed kijkt naar het tweede, steile deel van het overlaadstation, herkent wellicht een Krone-opraapwagen. Deze stond als ‘rijp-voor-de-sloop’ te koop bij een mechanisatiebedrijf voor € 800. Rijpma monteerde deze met forse, 1,10 meter lange hydraulische cilinders, waarmee de Krone voor transport helemaal voorover zakt. Een houten plaat en een zwaar zeil zorgen ervoor dat mais niet wegwaait bij harde wind.

Herder-maaiarm

“Een New Holland T6 levert niet genoeg olie om het geheel aan te drijven”, stelt chauffeur Nico Zwart. Daarom hangt er in de hefinrichting een oliereservoir en drijft de aftakas een extra hydrauliekpomp aan, beide afkomstig van een oude Herder-maaiarm. De eerste bodemketting wordt door de aftakas aangedreven, waarbij Nico de draaisnelheid niet kan regelen.

Rijpma had deze oliepomp nog liggen van een maaiarm. De aftakas drijft de eerste bodemketting aan.
Rijpma had deze oliepomp nog liggen van een maaiarm. De aftakas drijft de eerste bodemketting aan.

Dat is nog een wens voor de toekomst. De tweede bodemketting (van de Krone) wordt direct vanuit het ventiel van de New Holland aangedreven. Ook de hoogte hiervan en het opklappen (evenzo de oprijbeunen) gaan via de trekkerhydrauliek.

Opvanggoot

Dit jaar is het overlaadstation vijf weken lang ingezet. De mannen gaan nog wat veranderen. “De Krone-bak is smaller dan de eerste stortbunker. Het is lastig om dat maisdicht te krijgen”, vertelt Arjen Rijpma. “Misschien moeten we zoeken naar een bredere bak. Maar veel breder kan niet, omdat deze ín de eerste bak zakt tijdens transport.” De sleutelaars overwegen daarom om er een opvanggoot onder te maken zodat lekkende mais vanzelf weer wordt opgepakt door de bodemketting. In het drukke najaar was er nog geen tijd voor modificaties, en dus staan er nu een drietal speciekuipen onder.

Transport: tweede bodemketting vouwt voorover en oprijbeunen klappen op, eronder zit een vaste trekhaak.
Transport: tweede bodemketting vouwt voorover en oprijbeunen klappen op, eronder zit een vaste trekhaak.

Geen vrachtwagens

Arjen Rijpma rekent € 80 per uur voor het overlaadstation. De capaciteit van de hakselaar wordt niet beperkt, en gemiddeld gaat zo’n anderhalve hectare mais per uur over de bodemketting. Het overlaadstation wordt niet ingezet als er vrachtwagens worden ingeschakeld. Nico Zwart: “Bij vrachtwagens weet je nooit wanneer ze komen. Dan zijn we genoodzaakt te lossen op een bult, en laden we met een kraan.”

V.l.n.r.: Arjen Rijpma (eigenaar), Nico Zwart, Sjouke Age Bouma en Jelle Thibaudier vormen de hakselploeg. Iedereen hielp zo nu en dan bij de bouw van het overlaadstation.
V.l.n.r.: Arjen Rijpma (eigenaar), Nico Zwart, Sjouke Age Bouma en Jelle Thibaudier vormen de hakselploeg. Iedereen hielp zo nu en dan bij de bouw van het overlaadstation.

Of registreer je om te kunnen reageren.